De cacaodieren

Wij waren geboeid en verwonderd te vernemen dat er niet enkel orchideeën waren met een chocoladegeur, maar ook dieren die men cacao noemden.

De cacao merel

 

De merle cacao, Turdus fumigatus, is een nestvogel die men in Zuid Amerika aantreft, van Oost-Colombia tot Centraal- en Oost-Brazilië, evenals in Trinidad en in bepaalde gebieden van de Kleine Antillen.
Deze grote merel verblijft in de dichtbeboste wouden. Zijn nest bestaat uit een massieve schaal die goed bekleed is met dunne, korte twijgjes en is gebouwd in een boom of in het struikgewas. Het vrouwtje legt twee à drie rood of blauw-groen gevlekte eieren, en bebroedt ze gedurende ongeveer 13 dagen tot ze openbarsten. De kuikens zijn klaar om uit te vliegen na 13 à 15 supplementaire dagen. De cacao merel is 22 à 24 cm lang. Hij is diep roest-bruin bovenaan en licht roest-bruin onderaan. Er bestaan 5 verschillende soorten die niet zo goed te onderscheiden zijn, ze verschillen voornamelijk door de helderheid van hun pluimen. De twee geslachten gelijken op elkaar, maar de kleine vogeltjes zijn doffer van kleur, de onderste versierde gedeelten zijn typisch voor de onvolwassen merels.
De cacao merel voedt zich hoofdzakelijk met insecten (meer bepaald met mieren), andere ongewervelde dieren en met bepaalde bessen die hij op grond of op kleine hoogte vindt. Het is een angstvallige soort , maar in Trinidad is hij veel meer volgzaam en komt dichtbij de mensen die hem voeden. Zijn gezang is een muzikaal gekweel, maar hij maakt ook de typische geluiden van de merel, zoals "tchic - tchac".


De grimpar cacao

De grimpars behoren tot de zangvogels of zitvogels - de grootste vogelsoort die meer dan 5.700 soorten omvat, hetzij meer dan de helft van alle bestaande vogels. De zangvogels zijn echte zitvogels, voorzien van poten met 4 tenen - drie naar voren gericht en de vierde, een dikkere, is naar achter gericht.

De familie van de grimpars bestaat ongeveer uit 50 verschillende inheemse soorten in de tropische gebieden. Deze zangvogels, hoofdzakelijk bruin gekleurd, voeden zich met insecten die ze uit boomstronken halen. Zij gelijken een beetje op de grimpars uit de Oudheid, maar zijn er niet mee verwant. De grimpars zijn solitaire woudvogels, die nestelen in gaten of inkervingen. Het merendeel is 28 à 38 cm lang, en kunnen in het algemeen herkend worden aan hun gezang. Sommigen maken een schreeuwerig of triestig geluid, anderen een trillend geluid.


Lengte : 23 cm

De grimpar vindt men terug in Honduras in Tobago, ook in Zuid Amerika, Noord- Argentinië en Trinidad. Vooral herkenbaar aan zijn aanhoudende lage zang, brengt de grimpar de dag door, door van de ene boom naar de voet van de andere te vliegen, en deze langzaam te beklimmen op zoek naar insecten en ongewervelde dieren. Hij kan zelfs hele kolonies mieren volgen en voedt zich met zowel de mieren als met de door hen verstoorde wezens.
Men kan hem heel dikwijls zien boren in zachte of verrotte boomschors.
Hij maakt zijn nest in boomstronken, heel dikwijls palmbomen, bekleedt het nest met bladeren en legt 2 à 3 witte eieren. De grimpar is een woudvogel die zich zelden waagt buiten de rand van het bos.
Hij is helemaal bruin, met een stevige staart die hij als steun gebruikt bij het beklimmen van de bomen. Zijn lange en kromme bek dient om te boren en niet om gaten te maken zoals de specht.


 

De cacao schelp

In Senegal bestaat er een schelp die cacao heet.