Objectief:
1. Sinds vorige eeuw is de samenstelling van de chocolade in
België vastgelegd bij wet
2. In België wordt de chocolade fijngemalen tot 18-20 micron,
wat onder de gevoelensgraad van de smaakpapillen van de tong
ligt.
3. De Belgische praline met langs buiten de lekkere Belgische
chocolade en haar fijne en zeer gevarieerde vullingen is een in
alle landen sterk op prijs gesteld product.
11. Waarom
is de Belcolade chocolade zo lekker ?
-
Belcolade produceert enkel met de fijnste grondstoffen en maakt
enkel gebruik van machines die de aloude smaak van de Belgische
chocolade waarborgen.
- Belcolade produceert alleen voor professionelen en verbiedt er
zich toe vreemde vetstoffen te gebruiken.
- Het merk Belcolade chocolade wordt enkel in België
geproduceerd.
Belcolade chocolade heeft door dit alles een eigen, unieke
smaak.
12. Waarom
is Belcolade niet bekend bij de verbruiker ?
Belcolade maakt bewust geen consumenten producten om niet in
concurrentie te treden met haar klanten, de chocolatiers,
pralineurs en pasteibakkers.
Belcolade levert haar producten uitsluitend aan professionele
verwerkers, die er lekkere eindproducten mee maken.
13.
Wat betekent het % cacao op een verpakking ?
Het %
cacao dat vermeld wordt op de verpakking duidt op het %
cacaomassa verwerkt in de chocolade.
Voorbeeld: cacao 75 % wil zeggen dat er in die chocolade 75 %
cacaomassa zit.
14. Hoe kan
men chocolade produceren zonder suiker ?
Om
chocolade zonder suiker te produceren en vooral chocolade zonder
toegevoegde suiker, moet men suiker vervangen door een
ingrediënt dat minder calorieën bevat en dat het volume van de
suiker compenseert. Maltitol is ten zeerste aangewezen in het
geval van chocolade, aangezien hij quasi dezelfde
suikerintensiteit heeft dan suiker zelf, maar zonder nasmaak.
Hij is ook warmtebestendig en absorbeert het water niet, wat van
essentieel belang is voor chocolade.
15. Wat is
maltitol ?
Maltitol
is een polyool (additief, zoetstof categorie E965), t.t.z.
suiker met een alcoholfunctie. Hij wordt geproduceerd op basis
van een disaccharide, maltose. Zijn suikergehalte is quasi
gelijk aan suiker (80 à 90 %) terwijl zijn caloriegehalte
slechts 2.4 Kcal/g bedraagt, tegenover 4 Kcal/g bij suiker.
16. Wat is
lecithine en waarom voegt men dit toe aan chocolade ?
Lecithine is een emulgator (additief E322). Chocolade is een
product dat opgebouwd wordt in 2 fasen : de vet fase (cacaoboter
en melkvet) en de vaste fase (suiker- cacao en
melkdeeltjes).Lecithine bevordert het contact tussen deze 2
fasen en maakt het mengsel meer homogeen. Deze emulgator heeft
hierdoor eveneens een invloed op de vermindering van de
viscositeit.
Lecithine heeft ook een invloed op de verspreiding van de
aroma's. Een chocolade met lecithine zal langer in de mond
blijven hangen terwijl een chocolade zonder lecithine een
smaakhoogtepunt zal teweegbrengen, dat echter zeer snel zal
verdwijnen.
Een chocolade zonder lecithine is moeilijker om te bewerken,
daar hij minder homogeen is en neiging heeft om meer lucht te
bevatten waardoor luchtbellen ontstaan aan de oppervlakte van de
chocoladeprodukten.
17. Hoelang
bewaart fondant, melk en witte chocolade ?
Indien
de chocolade bewaard wordt in een temperatuur tussen 16 en 20°C,
met een vochtigheidsgraad van max. 65%, dan kan men
fondantchocolade gedurende 12 maanden bewaren, melkchocolade 9
maanden en witte chocolade 6 maanden. Alles hangt natuurlijk af
van het type chocolade, van zijn toestand bij het begin van de
bewaring, de verpakking, de stockage voorwaarden en van het
eindprodukt. Het is namelijk zo dat indien chocolade in kontakt
wordt gebracht met een ander produkt (pralinevulling, cake, …)
dat dan de bewaartijd zal bepaald zijn vooral door dit ander
produkt.
18. Wat is
fat bloom ?
De
witverkleuring is te wijten aan de kristalvorming van de
cacaoboter aan het chocoladeoppervlak. Dit geeft aan de
chocolade deze witte schijn. Dit kan ook te wijten zijn aan een
slechte temperering. Het tempereren is een belangrijke etappe
die de meest stabiel mogelijke kristalvorming van de cacaoboter
bewerkstelligt. Wanneer dit slecht gebeurt zal de cacaoboter
neiging hebben om bij verloop van tijd opnieuw te kristalliseren
tot een meer stabiele vorm.
De witverkleuring kan ook veroorzaakt worden door bewaring in
slechte temperatuursvoorwaarden Wanneer chocolade bewaard wordt
in een te hoge of vooral in een te veel schommelende
temperatuur, dan gaat de cacaoboter gedeeltelijk smelten en
kristalvorming geven aan het chocoladeoppervlak.
Maar zelfs bij een optimale temperering en bij ideale
bewaarvoorwaarden, kan chocolade na verloop van tijd een
vetachtige witverkleuring vertonen, maar veel minder vlug. Deze
witverkleuring verdwijnt wanneer de chocolade lichtjes opgewarmd
wordt. Dit verstoort geenszins het gebruik van de chocolade.
Eenmaal de chocolade gesmolten is kan hij opnieuw gebruikt
worden voor alle toepassingen en is hij opnieuw volledig
eetbaar.
19. Wat is
sugar bloom ?
Deze
witverkleuring is minder frequent en wordt veroorzaakt door
blootstelling van chocolade aan vochtigheid. Suiker heeft meer
aantrekkingskracht tot water dan tot de vette cacaoboter.
Wanneer hij met vochtigheid in kontakt wordt gebracht, gaat
suiker oplossen, opnieuw kristalliseren aan het oppervlak en
wordt deze witte laag veroorzaakt. Deze witverkleuring verdwijnt
niet wanneer de chocolade verwarmd wordt en hij geeft aan het
chocoladeoppervlak een korrelachtig gevoel. Dit is erger dan de
vetachtige witverkleuring, in die zin dat de chocolade niet meer
bruikbaar is en dat het soms niet meer mogelijk is om hem te
smelten.
20. Hoe chocolade
laten smelten (in de keuken) ?
De meest
klassieke methode is in "bain-marie". Men verwarmt water in een
kookpan (ongeveer 55°) en dompelt hierin een recipiënt met de
chocolade. Men moet echter oppassen dat er geen water in de
chocolade terechtkomt en men moet regelmatig omroeren. Een meer
moderne methode is de microgolfoven. Men kan ¾ van de chocolade
langzaam laten smelten in verschillende etappen. Men moet goed
roeren tussen elke etappe om te vermijden dat hij aanbrandt. Dit
is heel delicaat, daar men zeer goed de kracht van de oven moet
kennen (middenkracht of zelfs de functie defrost). Men moet soms
verschillende testen doen. Nadien kan men de ¼ resterende
chocolade toevoegen en laten smelten door de warmte van de reeds
gesmolten chocolade. De chocolade is zodoende quasi getempereerd
en vertoont een vrij glanzend aspect.
21. Origine
van criollo, forastero
De cacao
(Theobroma cacao L.) is afkomstig van de hoger gelegen gebieden
van de Amazone.
Deze boom behoorde thuis bij de Mayas en werd er voor het eerst gecultiveerd.
Daar de bevolking geïsoleerd leefde, werden er 2 soorten cacao ontwikkeld als variëteiten van een bepaalde soort.
De eerste soort, Criollo genoemd, stemt overeen met de variëteit "cacao" en werd verspreid in Centraal Amerika en in het noorden van Colombia.
Het tweede type wordt Forastero genoemd en stemt overeen met de variëteit "sphaerocarpu", die wordt opgesplitst in twee groepen. De Forastero van het Hoge Amazonegebied, afkomstig van de hoger gelegen gebieden van de monding van de Amazone en de Forastero van het Lage Amazonegebied die men terugvindt in Guyana.
De Spanjaarden hebben de
Criollo cacao ingevoerd langs de Evenaar, eerst in de Caraïben,
vervolgens in Indonesië, Java, de Filippijnen en Maleisië (waar
de plaatselijke kruisingen nog getuigen van een sterke invloed
van de Criollo).
De Portugezen hebben de Braziliaanse Forastero meegebracht naar
West Afrika.
Deze "migraties" hebben geleid tot een grote verscheidenheid qua
soorten en kwaliteit van de cacao.
Zowel de natuurlijke als
de kunstmatige kruising van de Criollo en Forastero variëteiten,
en ook hun nakomeling, de Trinitario, hebben het spoor
verstoord. De beplantingen van een bepaalde streek werden
overgeplaatst naar anderen en omgekeerd, zodoende dat een
bepaald genotype geen specifiek monopolie meer had in een
bepaalde streek.
De Forastero overheerste heel snel de regio's van de
cacaocultuur over de gehele wereld, op enkele opmerkelijke
uitzonderingen na : Venezuela, kleinere zones rond de evenaar,
bepaalde gebieden van Chiapas, Mexico, Nicaragua en het gebergte
van Belize. Geleidelijk aan hebben de landbouwers meer en meer
de voorkeur gegeven aan de Forastero, die echter van mindere
kwaliteit is, maar beter bestand is tegen ziektes, waardoor
echter het typische aspect, eigen aan de origine en aan de
variëteit, gereduceerd werd.
De vooruitgang op gebied van de produktie hebben deze "scheiding" nog meer geaccentueerd. Het onderscheid dat gemaakt werd tussen de boter en de droge bestanddelen van cacao in 1828 door de Nederlander Conrad Van Houten, heeft geleid tot de opsplitsing van de bestanddelen van een cacaoboon en de verwerking van de inhoud ervan.
De nieuwe alcalische
behandeling van cacaopoeder, dat het vermengen vergemakkelijkte,
heeft de invloed van de origine nog meer afgezwakt.
Rond diezelfde periode heeft de toevoeging van droge
bestanddelen van melk aan de chocolade de verwarring omtrent de
oorsprong nog versterkt.
Nochtans hebben gereputeerde chocolatiers gedurende een groot deel van de eerste helft van de laatste eeuw, de voorkeur blijven geven aan cacaobonen van superieure kwaliteit. Het is slechts bij de overgang naar de produktie op grotere schaal dat het belang van de origine bij wijze van spreken verdwenen is. De voordelen verbonden aan de uniformiteit van het produkt en aan het produktiegeheim dat noodzakelijk was door de harde concurrentie, hebben geleid tot een vastberaden anonimiteit omtrent chocolade. De reputatie van een bepaald merk heeft deze van een bepaalde streek verdrongen, in die mate dat de origine van de chocolade onverschillig is gebleken bij een stijgend aantal verbruikers.
Het is slechts heel recent dat chocolatiers de superioriteit van specifieke origines hebben herontdekt, en chocolade zijn beginnen produceren van bijzondere oorsprong.
De tabel hierna schetst
een duidelijk beeld van bepaalde complexe mengelingen van
variëteiten en origines. De genetische grenzen tussen
variëteiten zijn evenwel onduidelijk, zelfs binnen éénzelfde
De bomen van een bepaalde origine (hoe nauwkeurig hun
omschrijving ook moge zijn) zijn praktisch allemaal kruisingen.
De tabel geeft bijgevolg enkel de overheersende soort aan in een
bepaalde zone, rekening houdend met eventuele variaties.
|
Overheersende variëteiten per gebied
|
|
|
Zuid Amerika
|
|
| Venezuela | Criollo & Criollo/Trinitario |
| Ecuador | Forastero* |
| Brazilië | Forastero |
|
Mexico en Caraïben
|
|
| Mexico | Forastero |
| Granada | Forastero |
| Trinidad | Forastero |
|
Africa
|
|
| Ivoorkust | Forastero |
| Ghana | Forastero |
| Nigeria | Forastero |
| Madagascar | Trinitario |
|
Indische Oceaan
|
|
| Java | Criollo/Trinitario |
| Celebes | Forastero |
| Nieuw-Guinea | Trinitario |
| Maleisië | Forastero |
* De Arriba bonen van een gebied in Ecuador worden geklasseerd als Forastero, maar worden zeer gewaardeerd voor hun aromatische kwaliteiten.
22. Wat is
ENTEN ?
Om in
een cacaoplantage een bepaald cacaotype in een ander om te
zetten 'volstaat' het om het gewenste cacaotype te enten op het
type dat men wenst te vervangen.
Deze enting gebeurt op de jonge twijg van de boom die zich het dichtst bij de grond bevindt, om te vermijden dat de vruchten van het cacaotype dat men wenst te vervangen opnieuw op de stam zouden verschijnen.
Daarbij bestaan er drie technieken :
1. Door de knop weg te
nemen waarmee een blad aan de tak vastzit. Deze afname gebeurt
door een gedeelte van de schors mee weg te nemen en onder de
schors van de twijg te schuiven die men wenst te enten.
Deze techniek geeft evenwel geen goede resultaten. Een hoog
percentage van de uitgevoerde entingen levert niets op.
2. Door een stuk van een tak die vooraf werd gevild, te hechten
aan de gevilde twijg die men wenst te enten.
Dit is een methode die wel goede resultaten geeft.
3. Door een stuk van een tak in te brengen in het bovenste
gedeelte van de twijg die men wenst te enten.
Omdat het stuk van de ingebrachte tak veel 'knoppen' bevat, zijn
de bekomen resultaten goed.
De enttechniek laat toe om
van het ene type cacaoboon over te stappen naar een ander dat
beter bestand is tegen ziekten, dat een grotere productie
oplevert of een betere cacaokwaliteit geeft.
23. De Moniliasis
Is een
schimmel die de vruchten van de cacaoboom aantast.
Er bestaat een andere
die " mancha negra " wordt genoemd, maar die kan
bestreden worden
door bepaalde types van cacao aan te planten die bestand zijn
tegen deze schimmel.
Dit is helaas (nog) niet het geval voor de Moniliasis.
Moniliasis veroorzaakt
een zeer ernstige ziekte die zich zeer snel verspreid doordat
de sporen
van de schimmels met de wind worden meegevoerd.
In Costa Rica werd een groot gedeelte van de cacaocultuur door deze ziekte verwoest.
Ze dook op in Tabasco
maar werd er doeltreffend uitgeroeid.
Slechts ca. 500 op de 44.000 bewerkte ha zijn momenteel besmet.
Waaraan herkent men een moniliasis ?
1. vervorming van de vruchten
die minder dan 3 maand oud zijn.
2. koffiekleurige vlekken met onregelmatige randen op vruchten
van meer dan 3 maand oud
en/of een waterachtige verrotting in de vrucht.
3. een vroegtijdige niet eenvormige rijping
4. op de aangetaste vruchten verschijnt een wit poeder.
Wat kan men doen om de uitbreiding van moniliasis te vermijden ?
· de cacaoplantage transparanter
maken, d.w.z. minder schaduw
· systematisch alle verrotte vruchten verwijderen
· een drainagesysteem aanleggen
· goede teelaarde aanbrengen
· de plantage vernieuwen en goed onderhouden.
24.
Trinitario
Er bestaan verschillende versies over het ontstaan van
deze hybride vorm.
Een eerste versie vertelt dat het eiland Trinidad, waar Criollo groeide, geteisterd werd door een storm, die alle bomen vernielde. Men plantte Forastero ter vervanging, maar aangezien er nog Criollo bomen overgebleven waren ontstond een natuurlijke kruising.
Een andere versie wijst op een hybride vorm die in een laboratorium zou ontstaan zijn en die na een cycloon in Trinidad werd geplant.
Een derde versie die we in Venezuela vernamen is dat het eiland Trinidad na een cycloon opnieuw werd aangeplant met cacaobomen uit Venezuela, meer specifiek uit het gebied rond de Orinoco. Dat was reeds een kruising tussen de Criollo en de Forastero. Deze kruising werd Trinitario genoemd toen zij vanuit Trinidad werd geëxporteerd.
Deze versie lijkt
ons de meest waarschijnlijke.
25.
Waarom worden slechts 2 à 3 % van de bloemen cacaovruchten ?
De reactie van de bloemen na bestuiving is belangrijk,
want zij zijn ofwel bekwaam ofwel onbekwaam om een
vrucht te produceren in functie van de oorsprong van het
stuifmeel dat werd meegebracht. De aanplantingen werden
gedaan in funktie van dit verschijnsel.
Wanneer het stuifmeel van een cacaoboom in staat is om
zijn eigen bloemen te bevruchten, wordt gezegd van de
cacaoboom dat hij "zelfverenigbaar" is. Daarentegen,
wanneer het stuifmeel van een cacaoboom niet in staat is
om zijn eigen bloemen te bevruchten, wordt gezegd dat de
cacaoboom "zelfonverenigbaar" is en zijn zelfbestuivende
bloemen evolueren niet in vruchten, maar verwelken en
vallen af.
Twee zelfonverenigbare cacaobomen kunnen hun stuifmeel
uitwisselen en de bloemen bevruchten, wanneer ze "interverenigbaar"
zijn.
Maar ze zijn dit niet altijd.
Zelfonverenigbare cacaobomen zijn niet altijd onderling
verenigbaar. Zij kunnen ook "interonverenigbaar" zijn.
Afgezien van elk probleem in verband met
onverenigbaarheid, is het klein aantal cacaonoten dat de
boom draagt, enkele tientallen, niet te meten met de
duizenden bloemknoppen die men vindt op zijn stam en
zijn hoofdtakken. Waarom?
Opdat een bloem zich zou ontwikkelen tot vrucht, tot
cacaonoot, moet zij dus eerst bestuift worden en dus
niet enkel bezocht worden door insecten die dragers zijn
van stuifmeel, maar het moet bovendien verenigbaar
stuifmeel zijn.
In feite zijn bijna 60 % van de bloemen nooit bevrucht.
Deze bloemen sterven af en verdwijnen.
Andere bloemen worden slechts gedeeltelijk bevrucht, de
insecten hadden bijvoorbeeld niet genoeg verenigbaar
stuifmeel overgebracht.
De vrucht begint zich dan te ontwikkelen, maar zet deze
ontwikkeling niet altijd verder.
Zij kwijnt weg en sterft af. Deze onvoldoende bestuiving
raakt een groot deel van de bevruchte bloemen.
In het algemeen evolueert minder dan 5 % van de bloemen
die oorspronkelijk door de cacaoboom geproduceerd wordt
tot een noot.
Maar 90 % van deze noten kunnen nog verdwijnen : vóór de
leeftijd van 3 maanden verdrogen ze en verkleuren zwart.
Dit fenomeen wordt in het Engels "cherelle wilt"
genoemd.
Deze verdroging van de jonge vruchten "wilt" genoemd, is
een werking die door de plant zelf geregeld wordt. Hij
zorgt ervoor dat het aantal cacaonoten beperkt blijft
tot een niveau dat draagbaar is door de boom.
De cacaonoten zijn rijp na een ontwikkelingstermijn van
5 tot 7 maand, wanneer al de hindernissen van
onverenigbaarheid, van onvoldoende bestuiving, van
"wilt", van ziektes en roofinsecten voorbij zijn.
26.
Welke zijn de ideale klimatologische voorwaarden voor de cacaoboom?
Om een goede ontwikkeling van de cacaoboom te
waarborgen, heeft men een diepe bodem nodig, waarvan de
pH tussen 6 en 7 ligt en met een hoog gehalte aan
organische stof aan de oppervlakte.
Deze bodem moet een compromis nastreven tussen twee soms tegenstrijdige eisen: enerzijds een goede waterretentie waarborgen en anderzijds goed gedraineerd zijn en dus goed verlucht zijn.
De regens moeten
ideaal gezien overvloedig zijn maar vooral goed verdeeld
tijdens het jaar.
Een regenval van 1.500 tot 2.000 mm per jaar is gunstig
als het droge seizoen (minder dan 100 mm/maand) niet
langer duurt dan 3 maanden.
Een warme en
vochtige atmosfeer is absoluut noodzakelijk voor de
cacaoboom. De seizoenschommelingen van de temperatuur
beïnvloeden de groei en de ontwikkeling van de
cacaoboom. Deze vereist een betrekkelijk hoge
temperatuur met een gemiddelde van 30 tot 32 °C voor de
maxima en 18 tot 20°C voor de minima. Het absolute
minimum mag niet lager zijn dan 10°C.
27.
De gisting van de cacaobonen
Wanneer de cacaonoot open is, moet men de bonen en hun
slijmachtig omhulsel scheiden van de rest en eventuele
gesneden, slecht gevormde of gekiemde en beschimmelde
bonen te verwijderen.
De verse bonen met slijmachtig omhulsel moeten een
voldoende massa vormen waarin de lucht niet kan
binnendringen, want het geheel moet gisten.
De gisting, of eerder de opeenvolgende gistingen, zullen
binnen de massa bestanddelen aanmaken die
verantwoordelijk zijn voor de toekomstige aroma's.
Een goede gisting brengt de massa op een temperatuur van
ongeveer 45°C.
Bepaalde bestanddelen worden geproduceerd die de boon
binnendringen en door de temperatuur, het embryo doden.
Van witachtig (Criollo) of mauve (Forastero) worden de
bonen geleidelijk aan bruin.
De zaden die niet onderworpen zijn aan een voldoende
temperatuur, gisten niet. Zij krijgen een grijsachtige
kleur. Zij hebben een minder goede smaak.
Om dat de vermijden moet men de massa cacaobonen
regelmatig mengen.
In een eerste fase
vangt de gisting aan. In de tweede fase vindt een
alcoholische gisting plaats zonder invloed van lucht.
In de derde fase vereist de azijngisting opnieuw de
aanwezigheid van lucht.
De duur van de gisting varieert naargelang het soort
cacaoboom.
Men neemt over het algemeen aan dat 4 à 6 dagen nodig
zijn voor de cacaobomen van het type Forastero en
Trinitario, terwijl de gisting van de Criollo slechts 2
à 3 dagen vraagt.
28.
Het drogen van de cacaobonen
Het drogen van de bonen onderbreekt langzaam, maar
definitief het gistingsproces.
De verkleuring van de bonen gaat verder bij het drogen waardoor de bonen binnenin bruin verkleuren. Wanneer het drogen te snel gaat, zullen de zogezegde oxidatiereacties te beperkt blijven en het azijnzuur blijft gevangen waardoor aldus een te hoge zuurtegraad ontwikkeld wordt, die de smaak van de toekomstige chocolade zal beïnvloeden.
Een te langzame
droging geeft aanleiding tot schimmelvorming, terwijl
een te snelle droging tot de productie van een zure
cacao leidt.
De verwarming moet matig zijn gedurende de eerste 48 uur
teneinde de oxidatie te verlengen.
De bonen die in de zon worden gedroogd, zijn minder zuur
dan deze die kunstmatig gedroogd zijn.
29.
Wat is het verschil tussen cacao lavado, beneficiado, fermentado
?
Lavado :
De bonen worden ongefermenteerd gewassen.
Beneficiado :
De cacaobonen
worden niet gewassen en worden gedurende 1 à 2 dagen
gefermenteerd.
Wanneer het drogen in de zon gebeurt, wat beter is,
krijgen ze een bruine kleur
Wanneer het drogen kunstmatig gebeurt, krijgen ze een
purperen kleur.
Wat soms ook gebeurt is dat de zaden ongewassen gedroogd
worden in de zon of kunstmatig, zonder fermentatie.
Fermentado :
Vroeger werden de bonen gedurende ± 3 dagen gefermenteerd voor wat de Criollo betreft en ± 5 à 6 dagen voor de Forastero of Trinitario.
Daarna werden ze gewassen, gedroogd in de zon en ingesmeerd met cacaoboter. Hierdoor waren ze gladder en konden ze beter bewaard worden.
Vandaag worden ze gedurende 2 dagen goed afgedekt gefermenteerd, om de luchttoevoer te beperken.
Nadien worden ze
gefermenteerd door ze iedere dag van bak te veranderen
en dat gedurende 4 à 5 dagen.
Behalve voor de Criollo, die slechts gedurende 3 dagen
in totaal gefermenteerd wordt.
30.
Hoeveel soorten cacao zijn er ?
Er bestaan 22 gekende soorten cacao.
Theobroma cacao is er
een.
Theobroma bicolor een andere.
De Theobroma cacaosoort is samengesteld uit 14 cacaogroepen.
Eén van deze groepen is genetisch zeer homogeen, namelijk de Criollos.
De 13 andere groepen zijn genetisch onderling zeer verschillend, namelijk de Forasteros.
De Theobroma
bicolor wordt ook " pataste " genoemd in Mexico en is
een weinig gecultiveerde soort.
Het is een grote boom die soms ook gebruikt wordt in de
cacaoplantages om schaduw te geven.
Wij wensen er ook op te wijzen dat de vrucht van de pataste, aan de uiteinden van de takken groeit en niet op de boomstam zelf, zoals dit het geval is bij de Theobroma cacao.
Bovendien is het omhulsel hard en te vergelijken met de hardheid van een kokosnoot.
De bonen zijn
groter en vlakker dan deze van de cacao.


Doorgesneden
31.
Kwaliteiten en categorieën cacao
De kwaliteit
Voor de wereldmarkt
wordt de kwaliteit van een cacaolot omschreven aan de
hand van 3 criteria :
- het vochtgehalte, dat 7% moet bedragen
- het bonenaantal (aantal bonen per 100 gr, moet
minstens 100 bedragen)
- het doorsnijden (cut test), dat het gistingsniveau
bepaalt (kleur van de bonen) en het aantal gebreken,
zoals beschimmelde en aangetaste bonen,…
Maar er
bestaat geen enkele meting, noch indicatie i.v.m. de
aromatische kwaliteit van de cacaoloten.
De categorieën
De wereldmarkt
deelt de cacaoloten op in 3 categorieën:
- "Bulk " , of courante cacao. Hij vertegenwoordigt 90 %
van de markt en wordt verkocht aan koersen bepaald door
de beurzen van New York en Londen.
- Fijne cacao. De
quota's worden bepaald door het Comité van de ICCO
(international cocoa organization), die eerder rekening
houden met vraag en aanbod dan met de werkelijke
aromatische kwaliteit van de cacao.
Deze cacao kan verkocht worden tot 2 maal de koers van
de markt.
- Zeldzame cacao of origine cacao. Deze is erg in trek en wordt uit de hand verkocht.
Bulk
producenten
Bulk wordt in 3 continenten geproduceerd :
- Afrika : produceert 70 % van de wereldproductie, met
de Ivoorkust die alleen al 1.405.000 T geteeld heeft in
2002/2003 : dit is de grootste wereldproductie en Ghana
(736.000 T), die de beste bulk aanbiedt, verkocht boven
de koerswaarde.
- Azië :
commercialiseert vooral " botercacao ", bestemd voor de
extractie van cacaoboter. Indonesië produceert 415.000 T
, en verkoopt onder de koerswaarde (behalve Java die
zeldzame cacao heeft) en Maleisië waarvan de productie
daalt.
- Latijns Amerika : de producent van bulk voor de VS is
Brazilië met 163.000 T, die een grote productiedaling
kent, te wijten aan " witches broom " contaminatie.
Mexico en de Sanchez cacao van de Dominicaanse Republiek
(die 80 % vertegenwoordigt van de productie in dat
land).
De producenten van fijne en zeldzame cacao
De cacaowereld zegt dat er enkele belangrijke landen zijn waar fijne en zeldzame cacao zijn oorsprong vindt. Dit zijn (van West naar Oost) :
- Equator met zijn "Nacional" variëteit (slechts 30 % van de productie van dat land) die bekend staat voor zijn bloemachtige toetsen : het fameuze " Arriba " aroma. Men moet echter aandachtig zijn want vermenging met andere minder aromatische variëteiten, zoals de CCN 51, kan zich voordoen. De markt heeft echter enkel oog voor de categorie (SSS, SS, enz), gebaseerd op het bonenaantal en het aantal gebreken en niet op de aromatische kwaliteit
- Venezuela heeft voornamelijk 2 cacao regio's op de 8, die fijne cacao produceren. Dit zijn Puerto Cabello, met de dorpen Chuao, Choroni en Ocumare en Sur del Lago met zijn "porcelana" cacaotype, een soort Criollo, typisch voor dit Venezolaanse gebied, met ronde aroma's van honing, karamel en zelfs van verse hazelnoten.
- De Caraïben :
alle eilanden van Trinidad tot Cuba produceren cacao met
toetsen van tabak, hout en gedroogde vruchten.
De Dominicaanse Republiek die niet gefermenteerde cacao
produceerde was zich enkele jaren geleden bewust van het
potentieel van haar variëteiten en zijn identieke bodem
als de aanpalende eilanden.
Vandaag commercialiseert dit land 20 % van haar
productie van gefermenteerde cacao " Hispaniola ".
- Archipel van Sao Tomé en Principe is de plaats waar de cacao zijn intrede deed in Afrika in 1822. Men vindt er vandaag nog de oude Forastero Amelonados die een subtiel cacaoaroma produceren.
- Madagaskar is vermaard voor zijn cacao die een weinig zuur en fruitig is van de vallei van Sambirano. De vraag overschrijdt ruimschoots het aanbod, waardoor zelfs de ordinaire cacao van dit gebied verkocht wordt als fijne cacao.
- Het eiland Java, in Indonesië is beplant met oude criollo, zeer gewaardeerd voor zijn gekruide toetsen, die aan tot 3 maal de marktwaarde verhandeld wordt.
Papoua Nieuw
Guinea met zijn vulkanische bodem, zeer geschikt voor de
productie van fijne cacao, die dicht aanleunt bij deze
van Java.
32.
Chocolade zonder toegevoegde suiker & Chocolade zonder suiker
Wat gebruikt men ter vervanging van
suiker ?
In de meeste chocoladesoorten wordt suiker gebruikt als
zoetstof en vulstof.
- Suiker (gekend onder de chemische naam sacharose)
heeft een zuivere zoete smaak. De suikersmaak van
sacharose wordt meestal gemeten met een standaard gelijk
aan 100.
- In een typische chocoladesamenstelling ligt het
percentage aan suiker tussen 30 en 55 %. Dit is het
geval voor zowel zwarte, melk als witte chocolade. Dit
hoog percentage toont aan dat suiker een belangrijke
vulstof is.
In de chocolade No
Sugar Added (NSA) (chocolade zonder toegevoegde suiker)
wordt al de toegevoegde suiker vervangen door maltitol.
Maltitol is een polyol. Hij wordt ook gebruikt in de
vorm van kristallen en heeft een zoetstofkracht die
dicht aanleunt bij deze van suiker (zoetstofkracht van
90). Aangezien heel wat andere karakteristieken identiek
zijn aan deze van suiker ( zoals hygroscopiciteit,
hardheid, …) wordt maltitol in dezelfde hoeveelheden
gebruikt als suiker.
Verschil tussen zonder suiker en zonder toevoeging van
suiker.
Suiker behoort tot de chemische groep van de
koolstofhydraten. Maltose, glucose, fructose en lactose
behoren tot dezelfde groep. Deze mono- en
disachariden worden beschouwd als suikers.
Op basis van de EU wetgeving kan een product alleen maar de benaming " zonder suiker " dragen indien het minder dan 0.5 g suiker per 100 g product bevat.
Al deze suikers
maken van natuur deel uit van ingrediënten.
Volk melkpoeder bv. bevat ongeveer 38% lactose.
Cacaomassa bevat zeer weinig suiker (max. 0.5 %).
Om dit beter te
begrijpen vermelden we het verschil tussen zwarte, melk
en witte chocolade. De tabel hierna toont de
belangrijkste bestanddelen van elk type chocolade.
| Zwart | Melk | Wit | ||
| Cacaomassa | X | X | Bevat weinig suiker (<0.5 %) | |
| Cacaoboter | X | X | X | Brengt vet |
| Suiker | X | X | X | Brengt suiker |
| Melkpoeder | X | X | X | Brengt lactose (een " suiker ") |
àMelkchocolade en/of witte chocolade zonder toegevoegde suiker mogen niet de benaming zonder suiker dragen, door het feit dat er lactosesuiker aanwezig is in het melkpoeder.
Wat gebeurt er op gebied van de calorieën ?
De energetische waarde van suiker bedraagt ongeveer 4kcal/100 g. Maltitol dat trager en op een andere manier verteerd wordt dan suiker, heeft een energetische waarde van 2.4 kcal/100 g. De meeste calorieën in chocolade komen echter voort van het vetgehalte.
Om een verlaging van de energetische waarde van een product te kunnen claimen, eist de E.U. wetgeving een vermindering van 30% van het aantal calorieën in vergelijking met een standaard product. Wat chocolade betreft, zonder toegevoegde suiker, is het slechts mogelijk een product te produceren met verlaagde energiewaarde, indien die chocolade gebruikt wordt in combinatie met bepaalde stoffen waarin de verlaagde energiewaarde groter is dan de vereiste wettelijke 30 %. Zie tabel hierna.
| Typische chocolade met 35 % vetgehalte | Standaard | Chocolade zonder toegevoegde suiker | Verschil in aantal calorieën | Verschil in aantal calorieën (%) |
| Zwart | 525 Kcal/100g | 440 Kcal/100 g | 85 Kcal | 16% |
| Melk | 552 Kcal/100 g | 448 Kcal/100 g | 104 kcal | 19 % |
Spijtig genoeg bestaat er geen ideale oplossing om het vetgehalte van chocolade te vervangen of te verlagen (om het aantal calorieën nog meer te verminderen).
Is maltitol goed voor diabetici?
Aangezien
diabetici problemen hebben om het suikerniveau in hun
bloed te regulariseren, is het verbruik van koolhydraten
( type en hoeveelheid) zeer belangrijk voor hen. Een
groot aantal diabetici verkiezen chocolade te eten
zonder toevoeging van suiker, zelfs indien het GI
gehalte van de normale chocolade aangeeft dat deze niet
nadelig is voor hen.
33.
Vanwaar de uitstekende reputatie van de Belgische chocolade
?
1. Subjectief:
Een Belg eet graag en goed. De chocoladeproducten moeten dus ook goed zijn
2. Objectiever :
a. De
samenstelling van chocolade is sinds lang in België
gereglementeerd.
Reeds vanaf 1884 werd de Belgische chocolade
gereglementeerd: elk product dat de naam chocolade droeg
moest toen ten minste 35 % pure cacao bevatten.
In 1924 werd de samenstelling wettelijk bepaald. Een
fondant chocolade diende 45 % cacao te bevatten, 50%
suiker en 5% andere diverse droge bestanddelen.
b. De vermaling
In België wordt de chocolade vermalen tot 15 à 18
micron.
Dat ligt onder de gevoelensgraad van de smaakpapillen
van de tong. Je hebt dus geen zanderig gevoel wanneer
chocolade wegsmelt op je tong.
c. Keuze van de
bonen
Traditiegetrouw hebben de Belgische chocoladefabrikanten
steeds cacaobonen van hoogstaande kwaliteit verwerkt.
Ze verkopen kwaliteitschocolade, geen prijs.
Een bedrijf zoals Côte d'Or, één van de parels van de
Belgische chocolade, heeft zeker bijgedragen om de
uitstekende smaak van de Belgische chocolade in de loop
der jaren te bepalen.
d. De praline
Een aangenaam en gemakkelijk te eten product.
Op smaak te brengen met allerlei vullingen
Uitgevonden in België door Neuhaus in 1912.
De praline is een typisch Belgisch product geworden.
De praline heeft zeker bijgedragen tot de faam van de
Belgische chocolade.
3. Andere factoren die een rol hebben kunnen spelen
a. Diezelfde Neuhaus heeft in 1915, tezamen met zijn echtgenote, de pralinedoos of "ballotin" uitgevonden die de verpakking en het transport vergemakkelijkten.
b. In 1935 heeft Basile Kestekidès, de neef van de stichter van Leonidas, de "Manon" uitgevonden. Een grote praline omringd met witte chocolade, die zeker heeft bijgedragen tot het verbruik van witte chocolade met zijn heerlijke melksmaak.
c. Het bedrijf Leonidas opent in 1936 op de Anspachlaan zijn eerste winkel met open toograam. Dit verkoopconcept is het begin van het succes van Leonidas, die door zijn prijs/kwaliteit verhouding zeker heeft bijgedragen tot de bekendheid van de praline en dus tot deze van de Belgische chocolade.
4. Belcolade export
Belcolade en
andere fabrikanten van couverturechocolade exporteren
hun kwaliteitschocolade naar alle landen van de wereld.
Dit draagt eveneens bij tot de goede reputatie van de
Belgische chocolade.
34.
Welke koekjes werden gedrenkt in chocolade in Spanje ?
Sinds enige tijd vragen wij ons of wat voor soort
koekjes afgebeeld zijn op de mozaïek, waarvan kopie
hierbij en die dateert van 1750.
Daar heeft men ons gezegd :
- in
Madrid waren het "churros" die gedrenkt werden
in cacao.
Dit is trouwens nog steeds het geval in Spanje.
- op
Mallorca waren het "ensaimadas" gemaakt met
reuzel, "saïm" in het Arabisch.
Deze specialiteit dateert van de Arabische
invasieperiode in Spanje.
- in
Barcelona waren het "melindros", een soort
lepelkoekje, maar malser en een beetje vaster.
35.
Rainforest chocolade ?
Uit het ruim assortiment van Belcolade chocolade, de
Belgische fabrikant van couverture chocolade, heeft
Choco-Story er twee nieuwe uitgekozen :
Cost Rica 38 (melk) en 64 (fondant).
Beiden zijn :
- origine chocolades
- Bio
- gecertificeerd Rainforest Alliance
Wij zijn zeer tevreden met deze certificatie. Zij gaat
inderdaad veel verder dan de gewone traditionele
fair-trade concepten.
Het concept Rainforest Alliance biedt de garantie:
- dat de cultuur
gebeurt met respect voor het tropische woud
- dat de boeren een betere prijs bekomen voor hun
product en de mogelijkheid krijgen tot opleiding
- voor betere werk- en leefomstandigheden van de
arbeiders, dat zij een correct salaris krijgen en dat de
werkomstandigheden aanvaardbaar zijn en gepaard gaan met
gezondheidszorg en toegang tot scholing
- dat de cacao producten steeds beter van kwaliteit worden.
36.
Oorsprong van de praline ?
Alhoewel iedereen het er overeen is dat het woord
praline komt van de naam van Maarschalk de
Plessis-Praslin, waarvan de kok op het idee kwam om een
amandelnoot in kokende suiker te dompelen die hij
praline noemde,
geeft de Robert ,nog een andere betekenis namelijk van
het werkwoord "praliner".
"Pralinage" betekent
in de landbouw de wortels van een jonge boom die men
gaat planten of de zaden die men gaat zaaien, "wikkelen
in" een pasta-achtig mengsel van aarde en mest, een
beschermende substantie tegen parasieten.
37.
Botanische info over cacao
De cacaoboom behoort tot de familie van de Sterculiaceae.
De genus is Theobroma.
Tot de
Sterculiaceae familie behoren ook nog de gewassen
Guazuma en Sterculia.
De genus Theobroma
omvat 22 species waaronder :
Theobroma bicolor of pataste
Theobroma grandiflorum of cupuaçú
en vooral Theobroma cacao.
Theobroma cacao
heeft 2 subspecies of ondersoorten :
Theobroma cacao ssp.cacao = Criollo
Theobroma cacao ssp.sphaerocarpum = Forastero.
Men hoort soms ook
nog spreken over
- cultivar : dat betekent variëteit
- clone : dat is een kopie
- hybride : is een kruising.