Wij hebben gezocht, maar geen (of nog geen) sporen
gevonden van cacaoproductie in Senegal.
Maar er zijn twee indirecte links naar cacao :
1.
Schelpdieren "conus cacao".
Zie gedeelte dieren op de website van Choco-Story
2. Baobab.
Blijkbaar behoorden de Sterculiaceae, Bombaceae
Tiliaceae en Malvaceae allen tot de familie van de
Malvaceae.
Bij de Sterculiaceae treft men Theobroma en Herrania
aan.
Bij de Bombaceae treft men de "watercacao" (Pachira
aquatica Aube) aan, de Durian (Durio zibethinus), kapok
(beiba pentandra L.) en de baobab (Adansonia digitalis
L.). Hierdoor is de baobab een verre verwant van cacao.
De Afrikaanse Baobab is de meest gekende van de 8 verschillende soorten. Het is een Afrikaanse boom, met een verdikte wortel- of stengelknol, zoals de Adansonia en volgens de klassieke classificatie familie van de Bombaceae of van de Malvaceae volgens de fylogenetische classificatie. Bij verschillende culturen is hij ook een heilige boom waarvan gezegd wordt dat het ongehoord en zelfs heiligschennis is dat men hem omhakt. Het is een typische boom van het droge en tropische Afrika en het embleem van Senegal.



Etymologie
Zijn naam komt van het Arabisch bu hibab, een vrucht met
verschillende zaden. Inderdaad, elke ovale vrucht bevat
honderden zaden waaruit men een voedingsolie trekt.
Omschrijving
Deze boom met een brede, vochtige stam doordrongen van
water, is heel opvallend en kan erg oud worden. Sommigen
zijn duizend jaar oud. Het is een zeer robuuste boom en
kan een hoogte van 25 m bereiken en heeft een diameter
van meer dan 12 m. Hij vertoont een kruin met
onregelmatige takken die 9 maanden op de 12 geen
bladeren hebben. Dit is één van de verklaringen voor
zijn benaming "omgekeerde boom", want het is net of hij
ondersteboven staat.
De Adansonia digitata heeft een zeer uniek botanisch
karakter.
De Adansonia : vertoont afhangende witte bloemen, in
tegenstelling tot andere soorten met rechtopstaande
bloemen.
De vezelachtige
grijze gladde schors dient om koorden en touwwerk mee te
maken.
De Baobab heeft de eigenschap om de schors weer te doen
aangroeien. Het sap wordt gebruikt voor het vervaardigen
van papier.
Het blad van de baobab, rijk aan proteïnen en mineralen
(calcium, ijzer, kalium, magnesium, mangaan, fosfor en
zink) wordt gekookt gebruikt. Het wordt gebruikt in
afkooksels voor medicinale drankjes en ook als veevoeder
tijdens het droge seizoen.
De vrucht van de
Baobab is ovaal en ongeveer 10 cm breed en 20 cm lang.
Hij bevat kleine eetbare zaden met een zuurachtige
smaak, die zowel door de mensen als door de apen worden
gegeten (vandaar zijn benaming apenbrood).
Levensduurte
De Afrikaanse Baobab is een boom met een uitzonderlijke
levensduurte. Men treft hem vooral aan in Senegal.
Door zijn trage groei treft men soms bomen aan die
ongeveer 2000 jaar oud zijn. Inderdaad, deze bomen
vertonen geen jaarringen omwille van de aanhoudende
droogte die de Afrikaanse savanne teistert. Het is
bijgevolg moeilijk hun ouderdom te bepalen aan de hand
van dendrochronologische methodes.
Voeding-
en medicinaal gebruik
De gegrilde zaden van de Baobab zijn een eventuele
vervanger van koffie. Zij zijn rijk aan fosfaat en
worden ook gebruikt voor de productie van zeep en
meststoffen. De pulp van de verse of gedroogde vruchten
(apenbrood) wordt gebruikt voor de aanmaak van dranken
en is rijk aan Vit. B1 en C.
De jonge scheuten en de wortels van de jonge planten
worden gebruikt zoals asperges.
In Senegal is lalo een poeder van gedroogde baobab
bladeren, rijk aan calcium en ijzer.
Het wordt toegevoegd aan granen of aan sausen, namelijk
bij het bereiden van gierstcouscous.

In West Afrika wordt de gedroogde vrucht " apenbrood "
genoemd : het afkooksel wordt aanbevolen als drank in
geval van constipatie omwille van zijn samentrekkende
eigenschappen.
De lokale bevolking spreekt van plaatselijke imodium


In verschillende
dorpen die we bezocht hebben wordt de baobab voorgesteld
als een heilige boom.
Zowel in Heidense als in Christelijke praktijken.
Bij het ouder worden wordt de stam hol. Deze holte
diende als rustplaats voor negerzangers (groot).
Negerzangers of dichters waren/zijn rondreizende
muzikale dichters, dragers en verspreiders van de locale
cultuur.





